The Fetal Alcohol Syndrome Questionnaire FASQ

Methoden voor het diagnosticeren van het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) zijn nog steeds onvoldoende en niet adequaat. De diagnostische criteria gebaseerd op fysieke kenmerken, met name gezichtskenmerken als een smalle bovenlip en smalle oogspleten, zijn te beperkt om FAS te identificeren. De meeste symptomen van FAS zijn niet somatisch, maar gedragsmatig en emotioneel. Een vragenlijst met 38 vragen over sociale-, gedrags-, en emotionele problemen van kinderen en jeugdigen, is afgenomen bij de ouders van kinderen met FAS. Daarnaast is de vragenlijst ook afgenomen bij ouders van kinderen met diagnoses die vaak verward worden met FAS (ADHD, autisme, hechtingsstoornis).
In de vragenlijst was de totale score van kinderen en adolescenten met FAS aanzienlijk hoger dan de totaal scores van kinderen met andere diagnoses (zie onder). In een discriminantie analyse classificeerde de vragenlijst 92% van de patiënten in overeenstemming met hun diagnose. 

 

The Fetal Alcohol Syndrome Questionnaire (FASQ) is een aanvulling bij het diagnosticeren van FAS en houdt op een bijzondere manier rekening met de sociale en emotionele symptomen. Het ondersteunt de diagnose, juist bij die kinderen en jeugdigen met FAS, bij wie de typische fysieke kenmerken niet aanwezig zijn en die tot nu toe niet gediagnosticeerd konden worden.

De FAS diagnose moet altijd gesteld worden door een professional. Zoals voorheen, is voor een zekere diagnosestelling informatie nodig over het alcoholgebruik van moeder tijdens de zwangerschap en de bevestiging van de typisch lichamelijke kenmerken van FAS.

De sociale- en emotionele kenmerken genoemd in de FASQ (38 items) worden door de ouders beoordeeld. Bij kinderen (2-5;11 j.) met FAS is een totaalscore van 45 of meer is te verwachten. Bij kinderen en jeugdigen ( 6;0 + ouder) met FAS is een totaalscore van 55 of meer is te verwachten.

Dit is de FASQ:

Hieronder vindt u een lijst met gedragingen en eigenschappen. Wilt u voor elke uitspraak beoordelen in hoeverre die voor uw kind van toepassing is?
Omcirkel een 0 als de uitspraak helemaal niet van toepassing is.
Omcirkel een 1 als de uitspraak af en toe of enigszins van toepassing is.
Omcirkel een 2 als de uitspraak veelvuldig van toepassing is.
Omcirkel een 3 als de uitspraak helemaal van toepassing is.
Neemt u rustig de tijd voor uw mening en wilt u goed nadenken in hoeverre de uitspraak op uw kind van toepassing is.

A total score of 55 or more is typical for children with FAS.

1. In het verkeer let het kind niet op
2. Het kind verliest snel zijn interesse voor een activiteit
3. Het kind is niet in staat uit te leggen waarom het iets doet
4. Het kind kan risico’s niet inschatten
5. Het kind herhaalt vaak dingen die anderen zeggen
6. Het kind kan niet uitleggen waarom het iets heeft gedaan
7. Het kind is argeloos tegenover anderen, het kan bedoelingen van anderen niet begrijpen
8. Het kind liegt vaak of bedenkt smoesjes
9. Het kind begrijpt de consequentie van zijn handelen niet
10. Als het kind iets verkeerd heeft gedaan, voelt het zich niet schuldig
11. Het kind maakt dingen stuk
12. Het kind heeft geen begrip van de waarde van geld
13. Het kind raakt vaak dingen kwijt, bijvoorbeeld zijn schoolspullen
14. Het kind is niet gevoelig voor pijn
15. Het kind leert maar langzaam
16. Het kind beschouwt nieuwe kennissen blindelings als “aardig” of als
“beste vriend"
17. Het kind kan zich niet aan regels houden
18. Het kind steelt dingen, ook uit het ouderlijk huis
19. Het kind vergeet weer snel wat het geleerd heeft
20. Het spel van het kind is weinig fantasievol
21. Opvoedkundige maatregelen, zoals beloning of straf, hebben geen invloed
op het kind
22. Het kind wisselt snel van activiteiten, zonder een activiteit af te maken
23. Anderen moeten de dagindeling voor het kind vaststellen
24. Het kind kan zichzelf niet voor langere tijd bezighouden
25. Het kind leert niet van zijn fouten, het leert niet van ervaringen
26. Het kind kan “mijn” en “dijn” niet onderscheiden 
27. Het kind is gevoelig voor prikkels en is gemakkelijk af te leiden
28. Het kind speelt graag met vuur of heeft al een brandje gesticht
29. Het kind gaat gemakkelijk met iedereen mee
30. Het kind speelt ouders of anderen mensen tegen elkaar uit
31. Het kind heeft maar weinig ideeën voor spelactiviteiten
32. Het kind heeft geen begrip van tijd
33. Het kind heeft continue begeleiding en controle nodig
34. Het kind kan zijn kleding niet aan de temperatuur aanpassen
35. Het kind speelt weinig met speelgoed
36. Het kind kan zich moeilijk concentreren
37. Het kind vernielt spullen
38. Het kind heeft vaak ruzie met andere kinderen


De FASQ wordt gebruikt in verschillende onderzoeksprogramma’s van de Muenster FAS Kliniek (DE) en de studiegroep van René Hoksbergen aan de Universiteit Utrecht. Sandra Knuiman (Universiteit Utrecht) heeft de FASQ vertaald naar het Nederlands.